Titel

Opvoeden is samenspel: allemaal wereldburgers

Opvoeden is samenspel: allemaal wereldburgers

Opvoeden is samenspel: allemaal wereldburgers

De wereld is groot en we maken er allemaal samen deel van uit. Kinderen laten opgroeien tot echte wereldburgers, betekent dat we hen van jongs af aan een stem geven en hen de superdiverse kleurrijke wereld waarin we leven, laten mee-maken. Door te leren luisteren, verantwoordelijkheid te delen en respect te hebben voor ieders eigenheid, draagt ieder zijn steentje bij aan een warme en begripvolle wereld waarin we niet naast, maar met elkaar leven.

Is dat nodig, aandacht voor wereldburgerschap? Worden we niet allemaal geboren als wereldburger?

Tja, op zich wel natuurlijk: we komen elk terecht op dezelfde wereldbol, in eerste instantie onbewust van de grote verschillen in hoe die eruitziet naargelang de plaats waar je geboren wordt. Terwijl die plek zoveel invloed heeft op hoe je leven vorm krijgt. Maar ook de mensen om ons heen beïnvloeden ons als persoon. Wereldburgers leggen verbanden tussen zichzelf en anderen, dichtbij en ver weg. Onze kinderen laten opgroeien tot wereldburgers, vraagt dat we hen bewust maken van de verbanden tussen onszelf en anderen, dichtbij en ver(der) weg. Een bewuste burger is betrokken bij de wereld en zal makkelijker een actieve rol opnemen in het vormgeven van onze maatschappij. Want waar we ook leven, we zijn steeds verbonden met elkaar.

Dat klinkt abstract. Wat betekent wereldburgerschap dan concreet?

Wereldburgerschap is het leggen van verbanden tussen mondiale thema's en het dagelijks leven, kritisch nadenken en oplossingen trachten formuleren. De kraan dichtdraaien tijdens het tandenpoetsen heeft te maken met zuiver water voor iedereen. Opkomen voor een gepest vriendje getuigt van een rechtvaardigheidsgevoel dat een wereldburger kenmerkt. Een kind dat opmerkt dat er enkel witte poppen in de speelhoek liggen, heeft oog voor de superdiversiteit in de samenleving. 
Wereldburgerschap omvat een erg breed spectrum aan thema's. Acht invalshoeken zijn een leidraad om hierover na te denken. Een eerste thema is diversiteit en interculturaliteit: onze superdiverse maatschappij vraagt om een constructieve houding ten opzichte van die grote verscheidenheid. Ten tweede neemt migratie in snel tempo toe: mensen verhuizen om allerlei redenen, ver weg of dichtbij. Dat beïnvloedt onze samenleving behoorlijk! Vervolgens is er democratie en burgerzin: het democratisch beginsel ‘dezelfde rechten en plichten voor iedereen’, is nog niet overal evident. Een democratie laat burgers participeren op veel niveaus. Wie getuigt van burgerzin, voelt zich verantwoordelijk voor de maatschappij. Sociale rechtvaardigheid is een volgende bouwsteen: gelijke toegang tot basisrechten voor iedereen. Dat betekent werken aan de kloof tussen arm en rijk. Het leunt heel dicht aan bij de invalshoek van de mensen- en kinderrechten: het niet-respecteren van mensenrechten wereldwijd is soms erg duidelijk in dictaturen of oorlogssituaties, maar ook dichtbij is er nog werk aan de winkel, denk aan huiselijk geweld. Een zesde thema is dat van de wereldeconomie en consumptie: hoe grote systemen onze welvaart beïnvloeden en hoe wij als burgers daarop van invloed zijn door ons koop- en eetgedrag. Stilstaan bij duurzame ontwikkeling is nog een invalshoek: hoe zorgen we ervoor dat er genoeg water, voedsel, energie,… is voor iedereen en voor altijd? En tot slot heb je bij wereldburgerschap aandacht voor vrede en conflict. Door conflicten en geweld te stoppen, maar ook door te werken aan een vredescultuur die conflicten vermijdt door in te zetten op dialoog en communicatie. 

Geen eenvoudige thema’s. Kinderen moeten dus al een bepaalde leeftijd hebben voor je hen kan leren wat wereldburgerschap is?

Nee, dat proces begint al van jongs af aan. Kinderen kunnen al heel vroeg een actieve rol spelen in het gezin en de brede leefomgeving daarrond, en hebben invloed op onderlinge relaties en beslissingen. Een kind is immers geen vaatje waar je opvoeding ingiet en dat het dan absorbeert. Of een volwassene-in-de-dop die je als opvoeder kneedt tot de volwassene die jou voor ogen staat. Het gezin, de kinderopvang en de school zijn oefenplekken waar kinderen al deze vaardigheden in een veilige omgeving en met vallen en opstaan leren kennen.

Dus je kan al van heel jonge leeftijd aandacht hebben voor wereldburgerschap?

Ja hoor. Het pedagogisch raamwerk in de kinderopvang bijvoorbeeld heeft daar veel aandacht voor. Kwalitatieve kinderopvang laat kinderen toe om die grote kleurrijke wereld te verkennen, vol mensen met een eigen verhaal. Vanuit openheid en respect voor de ander creëert de opvang een geborgen mini-samenleving, waar kinderen leren samen spelen en samen leven. Een favoriet speeltje elk om beurt mogen inpalmen, of net een spel verzinnen om er samen iets mee te doen: het zijn democratische waarden die ze op die manier al heel vroeg kunnen oefenen. Maar ook wachten op je beurt, een knuffel voor een verdrietig vriendje, rekening houden met het kameraadje dat geboren is met een klompvoetje of zien dat elke ouder op een andere manier afscheid neemt, zijn telkens ervaringen die kinderen voorbereiden op het leven in de samenleving. De opvang wordt zo een plek waar iedereen erbij hoort, ongeacht afkomst, beperking, levensstijl, gezinsvorm en zo meer. 
En het is tweerichtingsverkeer! Want elke ouder en medewerker die ziet hoe spontaan kinderen omgaan met elkaar en geen waardeoordeel koppelen aan ‘anders-zijn’, ontdekt dat je eigen waarden en normen loslaten een eerste grote stap is in het creëren van een warme plek waar iedereen welkom is.  

Is de kinderopvang dan de plek waar die wereldburgers zich beginnen vormen?

Overal waar kinderen in contact komen met anderen, leren ze wat wereldburgers zijn. De vaardigheden om wereldburger te worden, oefen je je hele leven lang. Soms heel expliciet, maar even vaak ook onbewust, door te kijken naar anderen en gedrag te kopiëren en te oefenen. Dat begint in het eigen gezin, in de kinderopvang, en gaat verder op school, de buitenschoolse opvang, de jeugdbeweging, het Huis van het Kind, het speelplein om de hoek, kortom op al die plekken die behoren tot de brede leefwereld van gezinnen. 
Kinderen leren de rijkdom van de wereld pas kennen door veel buiten te komen. Samen op stap naar de winkel, met de fiets naar het park, de sirenes van de brandweerwagen op straat, de spuitjes bij het consultatiebureau en logeren bij oma en opa of een vriendje: het maakt hen stap voor stap vertrouwd met hoe de samenleving georganiseerd is en hoeveel invloed dat heeft op ons dagelijks leven. Niet iedereen viert feest op dezelfde manier. En sommige kinderen krijgen veel minder cadeautjes voor hun verjaardag dan anderen.

Wereldburgerschap is dus iets waar je je hele leven aan bouwt?

Wees daar maar zeker van! Oudere kinderen oefenen verder in kritisch nadenken over mondiale thema’s en leggen verbindingen met hun dagelijks leven. Op school of in de buitenschoolse opvang kan je stilstaan bij thema’s als klimaat en duurzaamheid. Dit doe je best doorlopend, het hele jaar door en niet enkel op dikketruiendag of YOUCA-dag bijvoorbeeld. Al kan een concrete insteek natuurlijk wel een goede aanleiding zijn om de handen uit de mouwen te steken, bijvoorbeeld wanneer er in de buurt een actie is om zwerfvuil op te ruimen. Samen een moestuin aanleggen doet nadenken over consumptie en milieu. Met elkaar in gesprek gaan over hun afkomst, achtergrond, gewoontes en rituelen, laat respect groeien voor elkaars diversiteit.

Ook de jeugdhulpsector is geprikkeld door het thema. De blik vanuit wereldburgerschap leert jongeren en opvoeders dat jeugdhulp geen stigma is, en dat deze kinderen en jongeren steeds deel blijven uitmaken van de wereld om hen heen. Wie opgroeit in moeilijke situaties, heeft extra nood aan verbindingen met anderen. Voorzieningen organiseren acties om meer aansluiting te vinden bij de samenleving. Niet alleen binnen de voorziening, maar samen met de buurt en andere organisaties, zodat meer wederzijds begrip ontstaat. 

Je hebt dus heel wat te ontdekken om wereldburger te worden. Maar wat moet je dan kunnen om dat allemaal toe te passen?

Een wereldburger leert om positieve relaties aan te gaan, met respect voor de diversiteit in mensen en situaties en vanuit een empathische houding. Als wereldburger kan je vanuit verschillende perspectieven naar complexe situaties kijken en daarover kritisch reflecteren. Je komt op voor anderen en neemt verantwoordelijkheid in alles wat je beslist. 
Het geleerde toepassen, is een proces met vallen en opstaan. En in de vertrouwde omgeving van school, opvang of gezin hoort fouten maken er ook bij. Door kinderen te betrekken bij het nemen van beslissingen of het bedenken van oplossingen, ondervinden ze de basis van de democratie aan den lijve. Zo zagen we in de Vreedzame Wijk in Nederland kindermediatoren aan het werk (zie ze aan het werk in dit filmpje vanaf minuut 23), die opgeleid worden om de conflicten op de speelplaats op te lossen. Resultaat: de kinderen slaagden erin 90% van de ruzies zelf uit te praten.  

Binnen het gezin oefenen kinderen die vaardigheden door bijvoorbeeld samen afspraken te maken over zakgeld, of door een weekplanning te maken waarin iedereen zijn zegje heeft.  

De wilde speelplek ‘De Prettige Wildernis’ in Gent kwam tot stand met inspraak van kinderen en jongeren: er ontstond een spannende ruimte met verstopplekjes, klimmogelijkheden en veel ruimte voor fantasie, met hout en groen, en er bleek geen enkele nood aan kant-en-klaar speeltoestellen. 

Ook bij de allerkleinsten zien we mooie experimenten: zo stelt een opvanglocatie de ganse dag een kan water en bekertjes klaar binnen kinderbereik. De peuters mogen zelf inschenken zo vaak ze willen. Morsen is geen drama, er ligt een doekje klaar om op te dweilen. Zo leren kinderen dat ze zelf beslissingen mogen nemen, gaan ze respectvol om met materiaal en leren ze verantwoordelijkheid nemen. 

Draagt opvoeden tot wereldburgerschap bij tot een betere wereld?

Vaak hoor je dat het de taak is van de grote wereldleiders en politici om de omstandigheden te creëren voor een betere wereld. Toch is elk individu met elkaar verbonden, en moeten we leren om zorg te dragen voor anderen. Ook voor wie we niet kennen, waar we weinig gemeenschappelijk mee lijken te hebben of die ons niet vriendelijk gezind zijn. 

Burgers die verschillen respecteren, zich verbonden voelen met elkaar en niemand buitensluiten, durven mede-eigenaarschap ontwikkelen, anderen op hun gedrag aanspreken en tegelijk kritisch reflecteren over zichzelf. Kinderen die van bij de start kunnen en mogen oefenen met deze kennis en vaardigheden, zijn later beter in staat om weloverwogen beslissingen te nemen en na te denken over de impact ervan. Wat dan weer bijdraagt tot een samenleving die aandacht heeft voor alle mensen en de hele context. Het is een verantwoordelijkheid voor elke opvoeder om aandacht te schenken aan wereldburgerschap. Het is dus zeker een verantwoordelijkheid van allen die kinderen mee opvoeden, om dit wereldburgerschap aandacht te geven. Door kennis door te geven over de vaak complexe mondiale problemen die gelinkt zijn aan de acht invalshoeken om naar wereldburgerschap te kijken.  

Maar veel van de vaardigheden die iemand tot wereldburger vormen, zijn niet in lessen te vatten. Dat leren kinderen niet alleen op school, jeugdhulpvoorziening of opvang, maar altijd en overal. Wie al heel jong ervaart hoe groenten en fruit groeien door mee te helpen in de moestuin thuis of in de opvang, kent al snel het ritme van de seizoenen en weet dat mango’s en avocado’s hier niet zomaar aan de bomen groeien. Wie met de jeugdbeweging of school deelneemt aan een opruimactie tegen zwerfvuil, zal zelf niet snel een lege verpakking achteloos weggooien. Hoe meer je kinderen betrekt bij de effecten van menselijk gedrag, hoe duurzamer de opbrengst van het leren is.

Bron: Expoo